08-01-12

Opera 'Der Evangelimann' van Wilhelm Kienzl in 'Bühne:Radio' van de Duitse regionale radiozender WDR3

Vrijwel geheel vergeten

Heden ten dage is de opera der Evangelimann uit 1895 van de Oostenrijkse componist Wilhelm Kienzl (1857-1941) vrijwel alleen nog bekend door één aria: Selig sind, die Verfolgung leiden, aangezien van de enorme populariteit, die het werk in de periode van ontstaan en ontwikkeling, vanaf de première ─ op 4 mei 1895 in het Neue Königliche Opernhaus te Berlijn ─ tot in de jaren dertig van de twintigste eeuw ten deel is gevallen, niets meer is overgebleven.

WDR3, Bühne:Radio

Op zondag 8 januari wordt in het programma Bühne: Radio van de Duitse regionale radiozender WDR3 een uitvoering gegeven van dit muziekdrama door het Münchner Rundfunkorchester onder leiding van Lothar Zagrosek, met medewerking van enkele koren en een reeks vocale solisten.
De tekst van dit muziekdrama is afkomstig uit de koker van de componist, die daarvoor de inhoud van een verhaal uit 1894 heeft gebruikt, geschreven door Leopold Florian Meißner (1835-1895), die aanvankelijk politiemabtenaar te Wenen was, en vervolgens advocaat en procureur.

De handeling

De broers Mathias (tenor) en Johannes (bariton) zijn beiden verliefd op Martha (sopraan). Johannes sticht brand en wijst met beschuldigende vinger naar Mathias, die daardoor in het gevang belandt. Na zijn vrijlating hoort hij van Magdalena (alt) dat Martha een eind aan haar leven heeft gemaakt. Vervolgens trekt Mathias als evangelist door het land. Hij hoort de bekentenis van de stervende Johannes aan en verzoent zich met hem.

__________

Afbeelding: de Oostenrijkse componist Wilhelm Kienzl.

24-11-11

Gustav Mahlers Negende Symfonie uit de BBC Proms 2011, vrijdagavond te zien op BBC Four-tv

Op vrijdag 25 november wordt door de Britse televisiezender BBC Four de registratie uitgezonden van de uitvoering van de Negende Symfonie in D grote terts, gecomponeerd in de jaren 1908-1909, van Gustav Mahler (1860-1911), gespeeld door het Radio Sinfonieorchester Stuttgart onder leiding van Roger Norrington, tijdens een van de BBC Proms in de zomer van 2011 in de Albert Hall te Londen. 

Dat concert was het laatste optreden van Roger Norrington met het orkest van Stuttgart. Hij vervolgt zijn carrière, na vijf jaar met dat ensemble, in Zwitserland bij het vermaarde Zürcher Kammerorchester.
Hoewel het ongebruikelijk is om na de laatste noten van Mahlers Negende een toegift te spelen, sprak de dirigent na afloop even tegen het publiek en zei hij, voor deze gelegenheid met die traditie te willen breken, en een elegie te willen laten spelen van een grote Engelse meester, die dat stuk heeft gecomponeerd in hetzelfde jaar als die Negende van Gustav Mahler gereedgekomen is: Elegy van Edward Elgar (1857-1934).
Het Prom-concert via BBC Four zal worden herhaald in de nacht op zaterdag 26 november, vanaf ongeveer 02:00 uur.
Voor nadere info en een toelichting op deze symfonie kan men terecht in een artikel dat is gepubliceerd op 10 januari 2007 op de fin de siècle cultuurwebsite All art is quite useless van Rond1900.nl, onder de titel Vaarwel aan een leven en aan een cultuurtijdperk.

23-10-11

Op deze dag in 1904 heeft Gustav Mahler zijn eigen Vierde Symfonie tweemaal op één avond gedirigeerd in het Amsterdamse Concertgebouw

 

Gustav Mahler, tekening
van Tonny Groenhuysen,
Buitenpost NL;
 oostindische inkt met
cocktailprikker.

 

In Amsterdams Concertgebouw
Op deze dag in 1904 is componist Gustav Mahler (1860-1911) naar Amsterdam gekomen om aldaar in het Concertgebouw zijn Vierde Symfonie in G zelf te dirigeren. Tijdens het avondconcert heeft hij dat zelfs tweemaal gedaan: eerst vóór de pauze en na de onderbreking nogmaals.

 

Nog altijd geliefd opus

Honderdenzeven jaar later is dit opus, gecomponeerd in de jaren 1899-1901, waarin de concertmeester twee verschillend gestemde violen bespeelt, en met een sopraan-solo in het laatste deel Das himmlische Leben, nog altijd zeer populair, overal ter wereld waar concertzalen zijn.

01-10-11

NDR Kultur biedt twee programma's van twee uur achtereen op zaterdag 1 oktober, in het kader van het Mahler-Jaar 2011

 

Leonard Bernstein.

 

De Duitse regionale radiozender NDR Kultur biedt, op zaterdag 1 oktober, twee programma's met betrekking tot de componist Gustav Mahler (1860-1911). Beide programma's duren twee uur, en dat vult de avond tussen 20:00 uur en middernacht. Het eerste programma wordt aangekondigd als "ter gelegenheid van de honderdste geboortedag van Mahler". Bedoeld is echter de sterfdag, aangezien de componist in kwestie dit jaar wereldwijd wordt gevierd ter gelegenheid van de honderdste sterfdag; in 2010 was dat Mahler-Jaar vanwege het feit dat de man anderhalve eeuw geleden werd geboren.

In de aflevering van het wekelijkse programma Prisma Musik, van genoemde Duitse radiozender, wordt aandacht besteed aan de Amerikaanse jaren van Gustav Mahler.


In aansluiting daarop volgt om 22:00 uur een aflevering van Variationen zum Thema, dat keurig aansluit op het voorafgaande: een uitvoering door een latere versie van het orkest waarvan Mahler enige tijd dirigent was: het New York Philharmonic Orchestra. Onder leiding van Leonard Bernstein (1918-1990) speelt dat ensemble eerst de Negende Symfonie in D grote terts uit 1908-1909, gevolgd door het Fragment van de onvoltooide Tiende Symfonie in fis kleine terts uit 1909-1910.
Die Bernstein-versie heeft wel meer dan eens dat neurotische uit leven en werken van Mahler, maar van een technisch en muzikaal hoogstaande uitvoering van die symfonieën komt het onder Bernstein nooit.

28-10-10

Twee opeenvolgende Mahler-symfonieën; vrijdag op twee verschillende buitenlandse radizenders

 

De Tragische
In het BBC Radio 3-programma Afternoon on 3 wordt op vrijdag 29 oktober — tussen 15:00 uur en 18:00 uur onze tijd — een concert gegeven met vier werken uit het Duitse cultuurgebied: twee daarvan stammen uit een verder achter ons liggende periode, de beide andere zijn ontstaan tijdens het fin de siècle.
Na de ouverture Die Fledermaus uit 1874 van Johann Strauß (1825-1899) volgt de Symfonie nr. 99 in E grote terts, uit 1793, van Joseph Haydn (1732-1809). Dan kan men luisteren naar de Passacaglia opus 1 van Anton von Webern (1883-1945), gecomponeerd in 1908.
Ten slotte zal de Symfonie nr. 6 in a-klein — de Tragische — van Gustav Mahler (1860-1911), gecomponeerd in de jaren 1903-1905, worden uitgevoerd.

Een uitgebreide toelichting op deze Mahler-symfonie is te vinden op de muzieksite Tempel der Toonkunst in een artikel dat werd geplaatst op 25 september 2008.

 
De Vijfde

Vanaf 20:00 uur concerteert de NDR Radiophilharmonie onder leiding van Eivind Gullberg Jensen. Twee nadrukkelijk tot de klassieke stukken van de twintigste eeuw behorende composities staan op de rol: als eerste het door de componist zelf niet meer geheel voltooide Concert voor altviool en orkest uit 1945 van de Hongaar Béla Bartok (1881-1945), met Maxim Rysanov als solist. Daarna volgt de Symfonie nr. 5 in cis kleine terts uit 19, ook deze gecomponeerd door Gustav Mahler.

 

21-08-10

Richard Wagners ouverture Tannhäuser zaterdagavond tijdens BBC Proms


Wagner en anderen
Als het programma op de regionale Duitse radiozenders met de Götterdämmerung-uitvoering vanuit Bayreuth zo'n half uur op gang is, begint om 20:30 uur het BBC Proms-concert op BBC Radio 3 met eveneens een werk van Richard Wagner (1813-1883), zij het slechts de ouverture van een opera: die van Tannhäuser uit 1845. Gasten op het podium van de Royal Albert Hall zijn de leden van het Rotterdams Philharmonisch Orkest onder leiding van hun vaste dirigent Yannick Nezet-Seguin.



De rest van het concert dat door dit ensemble in Londen word gegeven en door miljoenen toehoorders via de radio te beluisteren valt, en op een later tijdstip wellicht nog op BBC Two-tv of BBC Four-tv, bestaat uit twee vaste stukken uit het grote repertoire: allereerst de Rückert-Lieder van Gustav Mahler, en vervolgens de Derde Symfonie in Es uit 1804 (Eroica) uit 18 van Ludwig van Beethoven (1770-1827).
_________
Afbeelding: Meisje aan de piano speelt de ouverture uit Tannhäuser van Richard Wagner. Het is een schilderij — olie op canvas, uit de jaren 1869-70 — van Paul Cézanne (1839-1906). Het doek bevindt zich in de Hermitage te Sint Petersburg.


 

05-08-10

Gustav Gustav Mahlers Vierde en Vijfde Symfonie donderdagavond op BBC Proms in Londens Albert Hall


In het Mahler Jaar
Nu het jaar 2010 in de wereld van de klassieke muziek in het teken staat van onder meer Gustav Mahler (1860-1911), is het niet zo verwonderlijk dat er veel — en, ruim bekeken, alles — uit diens oeuvre via tal van beeld- en geluidsmedia te zien en te horen valt. Niemand zal zich er dan ook over verbazen dat in de zomerreeks BBC Proms 2010 de naam Mahler diverse kere in de reeks voorkomt die te horen, en tevens te zien, is in de Londense Royal Albert Hall, en dat de opnamen daarvan alle via BBC Radio 3 te beluisteren zijn en (een deel ervan) tevens, maar lang niet altijd gelijktijdig met de radio-uitzendingen, te zien zijn op één van de televisiekanalen van de BBC.


World Orchestra for Peace
Dat is ook het geval op donderdag 5 augustus als in de genoemde Proms-serie het World Orchestra for Peace zal optreden onder leiding van Valery Gergiev. Zowel vóór alsook na de pauze zal dit ensemble een Mahler-symfonie tot klinken brengen.
Het concert begint op BBC Radio 3 om 20:30 uur onze tijd met de
Symfonie nr. 4 in G groot, gecomponeerd in de jaren 1899-1901. De sopraanpartij in het vierde deel van dat opus zal worden vertolkt door de Zweedse sopraan Camilla Trilling.

Na de pauze — die staat ingepland voor 21:30-21:50 uur — vervolgt het genoemde ensemble dat prom-concert met de Symfonie nr.5 in cis-klein uit de jaren 1901-1902 van dezelfde meester en onder leiding van diezelfde dirigent als vóór de pauze.
Het einde van het concert is voorzien voor circa 23:15 uur.
Deze uitvoering van de laatstgenoemde symfonie wordt aanstaande zaterdag, 7 augustus uitgezonden door BBC Two-tv, tussen 20:00 uur en 21:30 uur onze tijd. 
Het gehele concert wordt door BBC Radio nogmaals uitgezonden op dinsdag 9 augustus, in de namiddag vanaf 15:00 uur in het programmaAfternoon on 3..
____________
Afbeeldingen
1. Grootmeester Gustav Mahler.
2. De Zweedse sopraan Camilla Trilling. (Foto van Anna Hult, overgenomen van de website van Camilla Trillings impresario IMG Artists.)

14-07-10

Drie keer een Mahler-symfonie door het Concertgebouworkest via Avro-televisie op Nederland 2


De eerste drie
Ter gelegenheid van de honderdvijftigste geboortedag — op 7 juli van dit jaar, en de honderdste sterfdag op 18 mei 2011 — van de componist in kwestie worden in de week met de dagen 14 tot en met 16 juli drie symfonieën van Gustav Mahler uitgevoerd, op elk van die dagen als laatste programmaonderdeel van de avond. Avro-televisie zorgt daarvoor via de zender Nederland 2. De muziek — de symfonieën in de eenvoudige volgorde 1, 2, 3 — wordt steeds voorafgegaan door een praatje van Hans van den Boom. Als u daarna nog niet vakkundig in slaap bent gesust, kunt u al die keren schitterende muziek van een genie beluisteren, steeds gespeeld door het Concertgebouworkest — een instituut dat het ridicule adjectief koninklijk in de naam voert.



Sedert de 'ruime ontdekking' van Gustav Mahler, nu alweer bijna een halve eeuw geleden, zowel in de muziekliteratuur alsook in de literatuur over muziek, en dat is gebeurd in overeenstemming met de 'voorspelling' die de componist deed —
Meine Zeit wird kommen — zijn inleidende woorden onder het mom van Wie was Mahler? reeds een zo uitgesleten karrenspoor dat dat men wel iets nuttigers en aangenamers had moeten verzinnen om als vlag de lading mee te kunnen dekken. Vandaar ons uitdrukkelijke advies: Laat de muziek spreken.

Woensdagavond, om 22:50 uur moet men, ondanks Hans van den Boom, toch maar even naar het korte, inleidende filmpje kijken, omdat daarin zogenoemde Mahler-plekken in Bohemen en Oostenrijk worden getoond.


Concertgebouworkest

De Eerste Symfonie — Titan — zal worden gespeeld onder leiding van Daniel Harding; deze uitvoering begint om 23:05 uur en duurt tot 01:05 uur in de nacht op donderdag 15 juli.
Die avond leidt chef-dirigent Mariss Jansons zijn ensemble in de Tweede Symfonie —
Auferstehung — waarin de sopraan Ricarda Merbeth en de mezzosopraan Bernarda Fink zullen optreden, alsmede het Groot Omroepkoor. Dit concert begint om 22:50 uur en duurt tot 00:35 uur in de nacht op vrijdag 15 juli.

De Derde Symfonie in de reeks begint vrijdagavond om 22:50 uur en eindigt in de nacht op zaterdag 18 juli omstreeks 00:40 uur.
Mariss Jansons is dan ook weer de baas op de bok, en opnieuw wordt het instrumentale ensemble aangevuld met stemmenmateriaal: nogmaals het Groot Omroepkoor, verder de Jongens van het Sacramentskoor Breda, alsmede het Jongenskoor Rijnmond en Riviereland. mezzosopraan Bernarda Fink is ook hierin van de partij, voor de tekst van Friedrich Nietzsche:
O Mensch, gib acht.

____________

Afbeeldingen

1. Gustav Mahler.

2. Mezzosopraan Bernarda Fink. (Foto: Hyperion Records.)

 

30-06-10

Fin de siècle composities uit Bohemen en Moravië vrijdagavond in WDR 3-Konzert live

 

In het programma Konzert live van de regionaleDuitse radiozender WDR 3 — uit te zenden op vrijdag 2 juli tussen 20:05 uur en 22:30 uur — staan drie composities gepland in de aflevering die als titel draagt Mahler V — Klänge aus Böhmen und Mähren[1]

Als eerste is de Boheemse componist Josef Suk (1874-1935) aan de beurt — die tevens violist en muziekpedagoog was en voorts de schoonzoon van de componist Dvořák — met het Scherzo fantastique, opus 25 uit 1903.  Dan treedt violist Christian Tetzlaff op in het Concert voor viool en orkest in a kleinte terts opus 53, gecomponeerd in de jaren 1879-1882 door Antonín Dvořák (1841-1904). De solist wordt begeleid door het Symfonieorkest van de Westdeutsche Rundfunk onder leiding van de Tsjechische dirigent Jakub Hrusa (geboren 1981). Datzelfde ensemble heeft voorafgaand aan dit vioolconcert reeds de compositie van Josef Suk voor de toehoorders tot klinken gebracht. Ook de derde compositie van de concertavond via de ether zal door dat orkest worden gespeeld: de Symfonie nr. 1 — Der Titan — van Gustav Mahler (1860-1911). Over dat laatste werk kunt u op deze site meer lezen in een ellenlang artikel dat is opgenomen op 23 augustus 2006 op de fin de siècle cultuursite All art is quite useless van Rond1900.nl, met als titel Natuurliefde als katharsis — Mahlers Eerste als zelfanalyse.

 

21-05-10

Gustav Mahlers Zesde Symfonie vrijdagavond op BBC Radio 3 door BBC National Orchestra of Wales

Op vrijdag 21 mei presenteert de Britse zender BBC Radio 3 in het klassieke muziekprogramma Performance on 3, dat tussen 20:00 uur en 22:15 uur kan worden beluisterd, als eerste onderdeel de Zesde Symfonie van Gustav Mahler, uit te voeren door het BBC National Orchestra of Wales onder leiding van de Nederlandse dirigent Jacques van Steen. Deze ongeveer anderhalf uur durende symfonie is een fascinerend stuk bekentenisliteratuur in muzikale gedaante. Een uitgebreid artikel daarover, met achtergronden en een technische toelichting met illustraties is te vinden op de Nederlandse fin de siècle cultuursite All art is quite useless van Rond1900.nl. Het werd daarop onlangs — om  precies te zijn op 10 mei jongstleden — opnieuw gepubliceerd.

 

25-02-10

Liederen uit Des Knaben Wunderhorn van Gustav Mahler in voorprogramma en concert van NPS-Podium op Nederland 2

Uitzendingen van NPS-Podium op Nederland 2
Aanleiding om dit — ooit eerder gepubliceerde doch enige tijd op een zijspoor geparkeerde — artikel opnieuw, zij het elders dan indertijd, af te drukken, zijn twee afleveringen van het NPS-programma Podium, eerst aanstaande zondag tussen 13:00 uur en 14:00 uur via Nederland 2, en dan in de nacht van maandag 1 op dinsdag 2 maart — tussen 00:00 uur en 02:00 uur via dezelfde zender — een uitvoering van de Lieder aus des Knaben Wunderhorn, door de Radio Kamer Filharmonie onder leiding van Philippe Herrewege (geb. 1947), met vocale medewerking.
Het betreft de uitzending van een opname die werd gerealiseerd op 31 januari in het kader van het concert van de ZaterdagMatinee in het Concertgebouw te Amsterdam.

Toonzettingen
Toen Gustav Mahler (1860-1911) de complete inhoud van de folkloristische verzamelbundel 
Des Knaben Wunderhorn had leren kennen, publiceerde hij twee bundels liederen met pianobegeleiding, die uit deze verzameling afkomstig zijn. Ze kregen de titel Lieder aus der Jugendzeit en werden in 1892 in druk uitgegeven, samen met een reeds eerder afgeronde bundel. Nadien ontstonden eveneens uit de bovengenoemde verzameling nog twaaf liederen, die in 1902 werden gedrukt. Hier was echter direct sprake van een orkestbegeleiding, en reeds de instrumentatie, alsmede de rijker geschakeerde zetting en het coloriet bewijzen dat het om rijpere stukken gaat dan de jeugdliederen. Er valt meer in te vinden dan alleen charme en melodie: de ernst en zeggingskracht verwijzen naar de componist Mahler van de Tweede en de Derde Symfonie, die eveneens in die periode zijn ontstaan, maar tegelijkertijd is humor en lichtvoetigheid hier aanwezig.

Ernst en desillusie
Der Schildwache Nachtlied is een bitter stukje soldatenrealiteit. Niets van avontuurlijkheid en soldateske humor of grootspraak, maar pijnlijke ernst en desillusie voeren hier de boventoon. Troost vindt de schildwacht in de gedachten aan zijn verre geliefde. Mahler laat in het orkest gevechts- en marsritmen afwisselen met een lieflijke droomsfeer.
Der Tambursg'sell maakte oorspronkelijk geen deel uit van deze verzameling, maar werd in 1899 samen met zes andere in een bundel Sieben Lieder aus letzter Zeit gepubliceerd. Het is het lied van een deserteur die is veroordeeld tot de galg. De klanken van een treurmars (hoofdthema uit het eerste deel van de Vijfde Symfonie) worden aangevuld met elegische strijkerscantilenes.
Wer hat dies Liedlein erdacht? is een opgewekt coloratuurstuk, en derhalve alleen geschikt voor vrouwenstem.

Vrijheid
Het 
Lied des Verfolgten im Turm wordt altijd als duet gezongen. De dialoog behelst de vrijheid: de in de kerker opgesloten man stelt vast dat gedachten vrij zijn, het klagende meisje buiten de toren bewijst dat haar vrijheid niet reëel is. Mahler laat de felle uitroep van de gevangene met fanfare-achtige drieklanken in het orkest onderstrepen: "Die Gedanken sind frei!"
Leben des hohen Verstands is Mahlers satire op critici die niets begrijpen. Nachtegaal en koekoek strijden om de eer met hun gezang, maar de ezel moet ze, op basis van zijn bijzondere inzichten op het gebied van de kunst, beoordelen. Hij geeft de koekoek de prijs omdat de nachtegaal het hem al te bont maakt.

Diversiteit 
Das irdische Leben is één van de ernstige verzen uit deze cyclus, en, zoals altijd, is Mahler daarin op zijn best. Een hongerend meisje klaagt haar nood aan de moeder, die probeert haar met beloften over de toekomst te sussen. De componist laat de klacht van het kind horen in jagende zestienden in een sombere zetting.
Pikanterie en plagerige lieflijkheid beheersen Verlorene Müh. Dat is opnieuw een duet vol speels-humoristische toespelingen. Muzikaal gezien heeft Mahler één en ander binnen het kader van de Ländler gehouden.
Innigheid en discretie vormen de voornaamste elementen van het gracieuze 
Rheinlegendchen. Ook de orkestpartij is hier zeer mild en poëtisch.

Actualiteit
In 
Des Antonius von Padua Fischpredigt komt enig cynisme tot uiting. Antonius, die de kerken leeg vindt, gaat naar de rivier om voor de vissen te preken, en die komen allemaal luisteren naar wat de heilige hun te vertellen heeft. Hoewel ze dat allemaal heel goed bevalt, blijven ze zoals ze voordien waren. Niet alleen voor vissen, die naar een preek luisteren, gaat dat op. Een orkestraalperpetuum mobile in zestienden verbeeldt de nutteloosheid van Antonius' preek, en de zangstem ziet ook af van elke vorm van cantabile, maar beperkt zich tot een min of meer humoristische declamatie.
Deze liedtekst over de heilige Antonius kan, ook hier en thans, worden gezien als een leerstuk, in aanmerking genomen onze actualiteit met betrekking tot leeglopende kerken en/of preken die niets ten gunste bewerkstelligen, zij het dat er aan de inhoud daarvan wordt voorbijgegaan, zij het dat een onzuivere voorganger met een rabiaat antisemitische instelling zich een vijand van de vrije samenlevig betoont, kan men — bij tijd en wijle de handen ten hemel heffend — slechts hopen dat de dominus in casu zijn heil, mutatis mutandis, eveneens bij de vissen gaat zoeken, en eventueel — toch al onderweg — ter helle vaart. In zo'n geval zit er geen muziek in, of het moest al 
Der Hemel Donderweder zijn.

Trompetten
Eén van Mahlers meest bekende liederen is het onnavolgbare 
Wo die schönen Trompeten blasen. De tekst is samengesteld uit twee verschillende verzen uit de bundel. Het lied verhaalt de veelvuldig vertelde geschiedenis van de dode soldaat die in de nacht aan het venster van zijn geliefde klopt, om haar te kunnen halen. Mahler laat een spookachtige treurmuziek horen: flarden van marsmuziek en ingehouden trompetklanken. Als het meisje de overleden soldaat welkom heet en binnen laat, is de componist overgegaan naar een vriendelijker toonsoort (D-groot, de toonsoort die geschikt is voor hartsaangelegenheden) in een mild-vloeiende driekwartsmaat. Na een herhaling van het trompetmotief klinkt het lied uit in een fluisterend pianissimo, alsof alles slechts een visioen was.
Trost im Unglück is eveneens een spottend duet. Een huzarenlied in dialoogvorm met een afsluitend couplet voor de beide zangstemmen gelijktijdig. Ook hier opnieuw die opvallend contrasterende instrumentatie: trompetklanken voor de huzaar, tegenover een melodieus volksliedthema wanneer het meisje aan het woord is.
Eveneens een groot meesterwerk-in-miniatuur is 
Revelge, waarin de 'schöne Trompeten' in groteske proporties nogmaals aan de orde komen.
In andere composities heeft Gustav Mahler eveneens gebruik gemaakt van teksten uit deze verzameling, zoals in de Tweede Symfonie, in het vierde deel (
Urlicht) de altaria O Röschen rot,en in de Vierde Symfonie: Das himmlische Leben, dat bijna het gehele vierde deel van dat werk bestrijkt en wordt gezongen door een sopraan met orkestbegeleiding.

Musika ewig währet,
zu lang doch keinen währt,
je mehr sie wird gehöret,
je mehr sie wird begehrt.

Verzamelbundels
De oude Duitse verzenbundels die zijn verschenen onder de titel 
Des Knaben Wunderhorn, zijn verzamelingen, die werden aangelegd door Ludwig Joachim von Arnim (1781-1831) en Clemens Brentano (1778-1842). De eerste bundel verscheen reeds in 1805 (al meldt het titelblad 1806; een uitgeverspraktijk die tot op de huidige dag, ook in ons land, heeft standgehouden), het tweede en het derde deel werden in 1808 voor het eerst uitgegeven. De drie delen, die in sommige edities in één band zijn samengevoegd, bevatten in toto ongeveer 700 verzen in de meest uiteenlopende soorten: tal van liefdesliederen, wandelaars- en ook aardig wat soldatenliederen, afscheidsklachten, balladen en drinkkliederen, straatwijsjes, aftelrijmpjes en kinderversjes. Vele daarvan zijn tot in onze dagen verspreid in alle lagen van de bevolking, voornamelijk als gevolg van de opname in schoolboeken en in andere liederenbundels, zoals bijvoorbeeld in die van de jeugdbeweging in Duitsland. Dat is echterTitelpagina van deel 3 van Des Knaben Wunderhorn, in 1808 verschenen bij Mohr und Zimmer te Heidelberg ook buiten de Duitse grenzen het geval, want onder meer in ons land zijn versjes als Slaap, kindje, slaap; Goedenavond, goede nacht; Als ik een vogeltje was, enzovoorts zeer bekend.

Kritiek
Reeds tijdens hun werk aan het eerste deel ondervonden de beide vrienden nogal tegenslag: ze hadden het tij niet bepaald mee, en uit de hoek van de sterk rationalistisch georiënteerden kwamen zelfs nadrukkelijk vijandige reacties. De "herzliche, herrliche, junge Rezension" die Goethe in 1806, na verschijnen van het eerste deel, heeft gepubliceerd, stak hun beiden zo'n sterk hart onder de riem dat zij weer volop de moed hadden om door te gaan met hun project. Die ondersteuning hadden ze ook wel nodig, gezien de niet malse kritiek, die van sommige kanten flink los kwam: zo zouden de heren zich in het geheel niet de moeite hebben getroost om serieus, wetenschappelijk werk te leveren door niet de oorspronkelijke teksten te hebben bewaard, en daarnaast nog aanvullingen te hebben gerealiseerd in overeenstemming met de eigen, zeer persoonlijke smaak. In aanmerking genomen dat veel van het materiaal slechts uit mondelinge overlevering afkomstig was, alsmede de verwijzing naar steeds de herkomst, kan men, ook met een afstand van inmiddels twee eeuwen, vaststellen dat 
Des Knaben Wunderhorn geslaagd is in de oorspronkelijke opzet: de uitzonderlijke schat aan Duitse volksliederen een ruimere verspreiding te geven. Evenzeer terecht is het dat deze verzameling geruime tijd werd beschouwd als één der voornaamste en invloedrijkste documenten van de Duitse Romantiek.

Bronnen
Veel dank zijn de samenstellers verschuldigd aan, vooral twee, vroegere verzamelaars van volksliederen, uit wier bundels Arnim en Brentano flink wat, met vermelding van de namen overigens, hebben overgenomen. Martin Opitz (1597-1639), een slagerszoon en latere reformgezinde literator, die onder meer de Psalmen heeft geparafraseerd, en in 1629 de tekst leverde — naar de Italiaan Ottavio Rinuccini (1562-1621) — voor de eerste Duitse opera, 
Dafnevan Heinrich Schütz (1585-1672). Zijn bundel Teutsche Poemata uit 1624 is een collectie van eigen en andermans verzen. De man overleed aan de pest.
De andere verzameling, waarvan de Wunderhorn-auteurs gretig hebben gebruik gemaakt, is er een van Johann Gottfried Herder (1744-1803): 
Stimmen der Völker in Liedern uit Johann Gottfried Herder1807, een internationaal panorama met "het meest getrouwe beeld der tijden en de ware geest van het volk." Voorgaande drukken van deze bundeling waren in twee delen, 1778/79 verschenen als Volkslieder, en nog weer drie jaar daarvoor geconcipieerd als Alte Volkslieder, maar nadat het eerste vel was afgedrukt, heeft de auteur het werk teruggetrokken.

Oproep
Eind 1805 hadden de auteurs aan het slot van hun eerste bundel een oproep geplaatst met daarin het verzoek om medewerking bij het verzamelen van meer liederen uit de rijke schat, die, verspreid over het Duitse taalgebied, beschikbaar moest zijn. Nog in december van hetzelfde jaar liet Arnim in
Beckers Reichsanzeiger een annonce afdrukken warin hij hetzelfde deed en de nadruk legde op het patriottische gevoel van de belanghebbenden. Brentano liet daarnaast nog een circulaire drukken. Al die inspanningen werden beloond met een enorme respons. Vele duizenden volksliederen — waarvan slechts een fractie kon worden gebruikt — werden door de diverse verzamelaars bijeengebracht. De belangrijksten waren Bettina Brentano en de gebroeders Grimm.

De samenstellers
De twee letterkundige heren die voor de samenstelling van de bundels volksliederen en aanverwante versjes verantwoordelijk zijn, hebben elkaar in 1801 in Göttingen leren kennen en hun leven lang een nauwe vriendschapsband onderhouden. Vanaf 1811 werd dit contact nog versterkt door een familieband: de beide heren werden in dat jaar zwagers. Bettina von Brentano (1785-1859) huwde Achim von Arnim. De innige correspondentie tussen die twee is in 1985 nogmaals in twee banden door Insel Verlag uitgebracht. Bettina geldt als de geniaalste vrouw van de Duitse Romantiek, en is door haar brieven in de canon der wereldliteratuur opgenomen. Ze correspondeerde met onder meer Johann Wolfgang von Goethe (1749-1832) en was goed bekend met diens moeder, uit wier mond ze het verhaal van diens jonge jaren heeft opgetekend.

Clemens Brentano
Als kind werd Clemens Brentano van de ene kostschool naar de andere gestuurd, als een soort opvoedkundig (thans zeer verwerpelijk) principe. Het gevolg was dat de jongen absouut niet geïnteresseerd was om zich systematisch met een thema bezig te houden, maar zich veelvuldig te buiten ging aan vechtpartijen. Later besloot diezelfde vader dat zoonlief in het succesvolle familiebedrijf moest worden opgenomen, maar in 1797 zag hij van die gedachte af, toen was gebleken dat junior enkele zakenbrieven had opgeluisterd met karikaturen. Zo kreeg Clemens de kans om te gaan studeren, eerst in Halle, daarna in Jena (1798-1800), waar hij met de wat oudere vertegenwoordigers van de Romantische School in contact kwam. 
Onder hen bevonden zich de gebroeders Schlegel (August Wilhelm: 1767-1845, en Friedrich: 1772-1829), Johann Gottlieb Fichte (1762-1814) en Ludwig Tieck (1773-1853). Tevens maakte hij kennis met de dichteres en hoog geprezen vertaalster (o.a. Giovanni di Boccaccio) Sophie Mereau (1770-1806), met wie hij in 1803 inhet huwelijk trad. Dat huwelijk was geen lang leven beschoren: in 1806 overleed Sophie, waarop Clemens binnen een jaar met een 17-jarige hertrouwde.
Naast Achim von Arnim had Brentano in Göttingen ook Johann Joseph von Görres (1776-1848) leren kennen; gedrieën vormden zij later de kern van de Heidelbergse groep van Romantici.
Hoewel Brentano zijn leven lang veelzijdig literair actief bleef en een hele reeks publicaties op zijn naam wist te brengen, werd hij door tal van vrienden en bekenden omschreven als iemand met een uitzonderlijke dichterlijke fantasie, die hij echter niet kon èn niet wilde beteugelen. Veel van zijn verhalen zijn in de middenperiode van zijn leven gepubliceerd, al was veel daarvan reeds eerder op schrift gezet. Zijn Märchen, waarschijnlijk geschreven tussen 1805 en 1811 — min of meer in de periode van 
Des Knaben Wunderhorn —, werden posthuum gepubliceerd in 1846-47, met uitzondering van Das Märchen von Gockel und Hinkel, dat in 1838 het levenslicht zag. Brentano's complete werken — echter zonder Des Knaben Wunderhorn — doch inclusief al zijn correspondentie, geconcipieerd in 42 delen, verschijnen pas vanaf 1975 bij uitgeverij Kohlhammer.

Achim von Arnim
Leopold Joachim von Arnim was een telg uit een bekend en vooraanstaand adelsgeslacht. Reeds als zeventienjarige studeerde hij natuurwetenschappen en rechten, eerst in Halle (1798/99), daarna in Göttingen (1800/01), waar hij in contact kwam met Brentano. Vanaf 1801 reisde hij drie jaar lang door Europa: Zwitserland, Italië, Frankrijk, Engeland en Nederland.
Zijn eerste romans waren van secundaire kwaliteit, vooral omdat zij originaliteit misten.
Samen met vriend Clemens zette hij zich aan de omvangrijke en arbeidsintensieve klus van Des Knaben Wunderhorn, een project dat de beiden, na publicatie van de drie boeken, zou opstuwen tot de onbetwiste leiders van de Heidelbergse Romantische School. Vrijwel tegelijkertijd met dat verzamelwerk heeft Arnim nog een novellenbundel en een toneelstuk geschreven, doch pas na het verschijnen van zijn roman 
Armut, Reichtum, Schuld und Buße der Gräfin Dolores in 1810 bleek dat hij ook als geheel zelfstandig auteur kon functioneren.
Ludwig Joachim von Arnim, detail uit een portretEen jaar later huwde hij Clemens' zuster Elisabeth, en kort nadien meldde hij zich vrijwillig voor de krijgsdienst in de strijd tegen Napoleon. Al snel werd hij echter weer naar huis gestuurd, waar hij zich weer aan de literatuur wijdde. Door middel van een reeks toneelstukken hoopte hij alsnog zijn ruggesteun aan de oorlog te verlenen, hetgeen hij eveneens wenste te realiseren met nationalistisch getinte journalistiek.
Teleurgesteld door het politiek-maatschappelijke resultaat van de oorlog, trok hij zich terug op zijn omvangrijke landgoed in Wiepersdorf bij Berlijn. Daar bracht hij de rest van zijn leven door met het beheren van zijn bezittingen en met het schrijven van romans en toneelstukken. Hoewel hij — evenals Clemens Brentano — over een enorm literair talent beschikte, bleef hij naar de mening van velen zijn leven lang een dilettant. Als mens was hij zeer gecultiveerd en wellevend, en hij had dan ook een buitengewoon interessante vriendenkring. Naast de gemeenschappelijke vrienden die hij met Brentano had, verkeerde hij met de dichter Adelbert von Chamisso (1781-1838), de filosoof Adam Müller (1779-1829), de arts/dichter Justinus Kerner (1786-1862) en de jurist Friedrich Karl de Savingny (1779-1861).
Achim von Arnim stierf nogal onverwacht aan een hersenbloeding. Een kwart eeuw na zijn heengaan kwamen zijn Complete Werken in 22 delen onder redactie van Wilhelm Grimm (1839/56) gereed. Daarin opgenomen zijn eveneens de delen van 
Des Knaben Wunderhorn, waaraan zijn naam onverbrekelijk verbonden zal blijven.

Componisten en schrijvers
Diverse componisten hebben uit deze vezameling geput voor nieuwe melodieën, waarvan Mahler ongetwijfeld de meest bekende is. Carl Maria von Weber (1786-1826), Carl Loewe (1796-1869), Felix Mendelssohn Bartholdy (1809-1847), Robert Sschumann (1810-1856) en Johannes Brahms (1833-1897) waren aan Mahler voorgegaan, Alexander von Zemlinsky (1871-1942) en diens zwager Arnold Schönberg (1874-1951) volgden hem na, evenals Richard Strauss (1864-1949).
Daar bleef het niet bij: de invloed van 
Des Knaben Wunderhorn reikte veel verder. Andere Duitse auteurs lieten zich erdoor inspireren tot nieuwe gedichten en volksliederen. De bekendste onder hen zijn Joseph von Eichendorff(1788-1857) en Heinrich Heine (1797-1856), evenals de beide gebroeders Grimm (Jacob: 1785-1863; Wilhelm: 1786-1859). In de regionale literatuur der Romantiek en in de gehele lyriek van de negentiende eeuw hebben de liederen uit Des Knaben Wunderhorn hun invloed doen gelden.

Heine's verrassing
In 1833 kwam Heinrich Heine tot de conclusie dat deze verzameling van de volksliederen een totaal ander beeld van Duitsland liet zien dan datgene wat hem ertoe had bewogen zijn vaderland te verlaten en in Parijs een goed heenkomen te zoeken. Derhalve waardeerde hij 
Des Knaben Wunderhorn met de volgende woorden, die ook thans nog niets aan geldigheid hebben ingeboet:
"Dieses Buch kann ich nicht genug rühmen, es enthält die holdseligsten Blüten des deutschen Geistes, und wer das deutsche Volk von einer liebenswürdigen Seite kennen lernen will, der lese diese Volkslieder."

Informatie
Meer over de beide auteurs en hun relatief omvangrijke oeuvre is te vinden in het eerder op dit weblog aanbevolen boek van Elisabeth Frenzel: 
Stoffe der Weltliteratur uit 2005 , waarin vijftien van Arnims boeken en negen van Brentano inhoudelijk hun plaats krijgen toegewezen in de wereldliteratuur. Des Knaben Wunderhornkomt in haar boek overigens niet voor.
De nieuwste, kritisch becommentarieerde editie uit 1987 van 
Des Knaben Wunderhorn is in augustus van dit jaar opnieuw uitgegeven in drie banden, overzichtelijk ingedeeld. Aan het eind van het eerste deel, voorafgaand aan het notenapparaat, is ook Arnims artikel Von Volksliedern afgedrukt,gericht aan Johann Friedrich Reichardt (1752-1814), componist (van onder meer veel liederen op teksten van Goethe en diverse andere dichters), muziekscribent (biografe over de jonge Händel), redacteur van diverse muziektijdschriften, en dirigent.
__________

Des Knaben Wunderhorn — Alte Deutsche Lieder.
Gesammelt von Achim von
 Arnim und Clemens Brentano
Kritische Ausgabe, herausgegeben und kommentiert von Heinz Rölleke
3 gebonden delen (op Reclam-formaat) met stofomslag in cassette, resp. 560, 576 en 624 pag.
Philipp Reclam jun. Stuttgart, augustus 2006 (herdruk van 1987)
ISBN 3-15030034-7. Prijs € 34,90 (in Duitsland, alsmede in Amsterdam bij boekhandel Die Weisse Rose.)
NB: Bij Amazon zijn nog meer dan 40 exx. verkrijgbaar voor € 14,90.
____________
Afbeeldingen
1. Dirigent Philippe Herreweghe.
2. Componist van de 
Wunderhorn-Lieder: Gustav Mahler.
3. De heilige Antonius van Padua.
4. Reclam-cassette met een complete editie in 3 delen van 
Des Knaben Wunderhorn, verschenen in augustus 2006 (herdruk van de editie uit 1987).
5. Titelpagina van de derde bundel van 
Des Knaben Wunderhorn, in 1808 verschenen bij Mohr und Zimmer te Heidelberg.
6. Johann Gottfried Herder.
7. Clemens Brentano; buste uit 1803 van Christian Friedrich Tieck.
8. Ludwig Joachim von Arnim, detail uit een portret.
9. Portret van Heinrich Heine uit 1831 door Moritz Daniel Oppenheim (1800-1882).